Meld je NU aan voor onze workshop op 13 mei a.s.

Laat je uitdagen!

Gepubliceerd op 8 april 2022 om 15:42

Ze roepen mijn naam en ik loop richting het podium. Mijn haren zijn gladgestreken, ik heb een mooie glitterblouse aan en heb stevige hakken aangetrokken, ik loop eigenlijk nooit op hakken. Mijn oksels klotsen een beetje, maar gelukkig ruik ik mijn bloemige parfum. Alle ogen zijn op dit moment op mij gericht en door de speakers hoor ik mijn mentor van 5- havo zeggen: “Kylie weet nog niet zo goed wat ze wil doen en neemt een tussenjaar in de schoenenbranche. Gefeliciteerd met het behalen van jouw havodiploma”. Ik schud haar hand en ben trots op mijn prestatie. Toch bespeur ik enige teleurstelling binnenin mijzelf over mijn gemaakte keuze. Weet ik dan écht niet wat ik wil?

 

Zoals mijn mentor aankondigde, ging ik aan het werk in de “schoenenbranche”, de detailhandel. Het werken in een schoenenwinkel als verkoopster was mijn eerste bijbaantje, en ik was er nog goed in ook. Een tussenjaar is het nooit gebleven, want waarom zou je buiten je comfortzone stappen als je ook in je veilige bubbel kan blijven? Ik groeide door van verkoopster naar assistent-manager en kreeg niet lang daarna mijn eigen filiaal toegewezen en werd storemanager. Wanneer bekenden mij vroegen wat ik deed, voelde ik mij altijd bezwaard om te zeggen nog steeds in de winkel te werken. “Ja maar een meid met jouw hersens kan toch wel beter?” vond ik altijd zo’n nare opmerking om te horen. Alsof mensen die in de winkel werkten minder waren, niet intelligent waren of niets hadden bereikt in hun leven.

 

Ik had en heb veel respect voor mensen in de detailhandel. Klanten kunnen hard zijn, er wordt veel van je verwacht om de omzet op pijl te houden en je bent ook nog eens verantwoordelijk voor de ontwikkeling van je team. Nee, de schaamte had meer te maken met mijn eigen uitspraken. Ik riep immers altijd dat ik weer zou gaan studeren, ooit op een dag. En daar hield ik mijn gesprekspartners maar zoet mee, tot ergernis aan toe.

 

Steeds meer kwam ik er achter wáárom ik het werken in de winkel eigenlijk zo ontzettend leuk vond. Het was het contact met de mensen, het luisteren naar hun verhalen en het stellen van vragen. Het zal je verbazen hoeveel ik te weten ben gekomen over mensen in het half uur dat ze binnen waren. Op één of andere manier hebben mensen vaak het gevoel dat ze hun verhaal mogen doen bij mij, en dat is ook zo. Ik ben altijd oprecht geïnteresseerd. Ook het trainen van collega’s vond ik heerlijk, het afstemmen op de persoon en situatie, het kijken naar iemands kwaliteiten en het leerproces te observeren.

 

Mensen zijn zo uniek en interessant, want waarom doet iemand eigenlijk wat hij doet? Dat is wat ik mensen nu uitleg als ze me vragen waarom ik de overstap heb gemaakt van verkoop naar de hulpverlening. Veel mensen starten de vraag ook met opgetrokken wenkbrauw, vol onbegrip of verwarring. Maar wanneer ik de verbintenis aantoon en uitleg dat ik mijn talent graag inzet om mensen te helpen, die het door omstandigheden moeilijk vinden om hun plekje terug te vinden in de maatschappij, gebeurt er iets in hun gezichtsuitdrukking. “Als je het zo brengt, klinkt het logisch”. Vaak krijg ik een haast goedkeurende lach terug. Bedankt! Denk ik.

 

Ik ben 25 jaar, bijna 26, wanneer ik aan mijn opleiding Social Work op het HBO in Nijmegen begin. De hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) biedt dat jaar voor het eerst de opleiding aan en is nog erg zoekende in hoe ze het jaar gaan vormgeven. Mijn (veelal jongere) klasgenoten klagen veel over de onduidelijkheden en gaan wat hangen in een slachtofferrol. De wat oudere klasgenoten en ik zien juist de voordelen die het met zich meebrengt om een “proefkonijn” voor de opleiding te zijn en behalen mooie cijfers door (mee) te denken in mogelijkheden en vooral niet dwars te zitten.

 

Deze houding heeft mij een prachtige kick-start gegeven waar in mijn derde jaar nog steeds profijt van had. En de enige persoon die ik daar dankbaar voor moet zijn, ben ik zelf! Gedurende de opleiding heb ik ontzettend veel geleerd over psychologie, pedagogiek, filosofie en recht, maar ben ik vooral ook veel meer te weten gekomen over mijzelf en wat ík eigenlijk belangrijk vind in het leven. Want waar sta ik voor? Wat zijn mijn krachten en valkuilen? Hoe wil ik graag zelf behandeld worden en hoe zie ik dat terug in de manier waarop ik mensen bejegen?

 

Al vanaf het eerste schooljaar heb ik stage gelopen, beide semesters, één dag in de week. Op de stagemarkt op school raakte ik in gesprek met de dames van Humanitas, een non-profit organisatie die mensen helpt op verschillende leefgebieden. Ik werd enthousiast en ging aan de slag bij hun maatjesproject voor jongeren, en hun project ‘Gevaarlijke Liefde’ waarbij voorlichting werd gegeven aan jongeren en volwassenen rondom de thema’s seks, loverboys (én -girls!), grenzen stellen en internet.

 

Humanitas organiseerde verschillende thema-avonden waarbij we verdieping kregen over bijhorende thematieken relevant voor de projecten, maar ook over andere thema’s zoals huiselijk geweld en agressie. Ook de trainingen en momenten van intervisie waren altijd boeiend, maar ook super gezellig. De dames van Humanitas hebben mij altijd het gevoel gegeven dat ik alles bespreekbaar kon maken en dat niks te gek was. Het was een fijne, veilige leeromgeving voor het eerste jaar. De kop was er af, en met succes! In het tweede jaar wilde ik graag groepswerk doen en had ik veel interesse in de onderwerpen vrijwilligheid en onvrijwilligheid, psychopathologie en gespreksvoering.

 

Ik solliciteerde voor de stagefunctie bij het terrein Kemnade van organisatie Pluryn, een besloten woonwerkvoorziening voor (jong)volwassenen met een lichtverstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen. Als vrolijke dame kwam ik aan bij het gesprek en was ik mijn joviale zelf. “Dat je vrolijk bent en energiek, daar twijfelen we niet aan”, zei de praktijkopleider, “maar daar prikken de cliënten zo doorheen hoor. Durf jij je ook kwetsbaar op te stellen?” Oei, daar werd ik even met mijn beide benen op de grond gezet en werd de heftigheid van de doelgroep nog even goed benadrukt. Na twee meeloopdagen ben ik aangenomen en ingedeeld op een groep met leuke collega’s en cliënten. Twee dagen in de week zou ik een jaar lang meedraaien als collega, en proberen zo veel mogelijk informatie in mij op te zuigen als een spons. Opdrachten die ik vanuit school kreeg, waren mooi toe te passen en ik voelde mij een volwaardig lid van het team. Uiteraard ben ik met enige regelmaat in bizarre situaties terecht gekomen en heb ik veel feedback moeten vragen en ontvangen.

 

De oudste, mannelijke collega van het team vertelde mij dat alle voorgaande stagiaires na 2 maanden al huilend op kantoor zaten, en wedde met mij om een BigMac dat ook ik huilend op de stoel zou plaatsnemen binnen een halfjaar. Die BigMac heeft hij nooit gekregen! Maar ik ook niet. In maart 2020 werden de eerste meldingen van het coronavirus zijn bekend gemaakt. Heel het land in rep en roer, zo ook mijn school, zo ook Pluryn. Omdat ik het als stagiaire op locatie goed deed, mocht ik elders binnen de organisatie aan de slag als groepsbegeleider op een jeugdterrein en zegde ik eind februari mijn bijbaantje in de schoenenwinkel op. Helaas mochten we bij Pluryn tot nader bericht niet op verschillende groepen werkzaam zijn (om kruisbesmetting te voorkomen) en moest ik kiezen tussen mijn nieuwe job en mijn huidige stage. Na veel overleg kreeg ik de goedkeuring om mijn stage te staken en mijn schoolopdrachten toe te passen op casussen uit mijn werk als groepsbegeleider.

 

Ik heb juist in die periode een ontzettend grote groei meegemaakt want ik stond niet meer boventallig, zoals in mijn stageperiode wel het geval was, en werkte nu “voor het echie”. Ik ben als nieuwe medewerker veel getest door de jongeren en ik heb veelvuldig (en nog tot in de eeuwigheid) mijn grenzen moeten aangeven en leren consequent te begrenzen. Maar ook heb ik veel gelachen en gekletst, spelletjes gespeeld, gekookt, en gewandeld en filmavondjes gehad. Ik lees nu meer tussen de regeltjes door en zie de mooie, kleine vooruitgangen en tekenen van waardering. Het was een hectisch en turbulent tweede schooljaar, maar tegelijkertijd heeft het voor mijn ontwikkeling juist niet beter kunnen uitpakken!

 

In mijn derde jaar heb ik in de zomerperiode toen de coronabesmettingen onder controle leken, weer een nieuwe stageplek weten te vinden. Alhoewel, ‘vinden’ is niet het juiste woord, want deze stage had ik vanaf dag één van de opleiding al op het oog. Ik mag mijzelf nu stagiaire verslavingsbehandelaar noemen op de jeugdafdeling van verslavingsorganisatie Iriszorg.

 

In het derde schooljaar van Social Work is het de bedoeling dat je een profiel kiest, zoals beschreven in het Landelijk opleidingsdocument Sociaal Werk. De uitstroomprofielen zijn: Welzijn en Samenleving, Zorg en Jeugd. Omdat mijn interesses vooral lagen binnen de geestelijke gezondheidszorg, heb ik gekozen voor profiel Zorg. Binnen dit profiel richt je je onder andere op mensen met langdurige en/of complexe problematieken en psychische aandoeningen.

 

Maar ook heb ik al langere tijd veel interesse in de medische wereld, verslaving en middelengebruik. Zo heb ik voor mijn profielwerkstuk in 5 havo een onderzoek gedaan naar hoe drugs werken in de hersenen en heb ik als keuzevak biologie gehad om meer verstand te krijgen over de werking van het menselijk lichaam. Het klinkt misschien raar, maar ik heb altijd vol fascinatie naar de zwervers op de hoek van de straat gekeken en vaak fietste ik als puber iets langzamer wanneer ik de kliniek van Iriszorg passeerde. In mijn omgeving heb ik de afgelopen jaren mensen zien worstelen met verslaving en het gebruik en misbruik van middelen, en heb ik mij met grote regelmaat afgevraagd waarom?

 

Tijdens de komende periode als stagiaire ga ik mij voornamelijk bezighouden met het waarom, het “vangen van verhalen” zoals mijn collega op de afdeling het mooi noemt. Middels de Community Reinforcement Approach (CRA) leren wij cliënten op hun eigen tempo dat er veel betere beloningen bestaan dan het gebruik van middelen, en hangen wij de vlag uit bij elke kleine vooruitgang die wordt geboekt.

 

Er zijn zoveel krachten en kwaliteiten die mensen vaak al bezitten, alleen zijn ze zich er nog niet bewust van. Het moment dat ze dat wel gaan inzien is iets heel moois, alsof die stip op de horizon weer terug is en ze weer de hoop hebben om door te zetten en gelukkig te worden. Dat is iets wat ik iedereen gun, met en zonder verslaving. Er staat mij weer een leerzaam jaar voor de boeg!

 

Groetjes! Kylie. 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.